Israëli’s zijn net cactussen

Israëli’s zijn net cactussen

Het is vrijdagmiddag als ik op mijn horloge kijk om te zien hoe laat het is, terwijl ik wacht op mijn backpack die ieder moment op de rolband kan vallen. Ik sta op Ben Gourion Airport in Tel Aviv en zie dat ik nog een kleine drie kwartier heb voordat de allerlaatste trein vertrekt richting de Negev-woestijn, mijn eindbestemming.

Een tikkeltje zenuwachtig hoop ik dus dat die machine snel in werking wordt gezet want anders is de shabbat al begonnen en ligt het hele openbaar vervoer stil. Ik zeg tegen mezelf dat ik rustig moet blijven en dat het allemaal goed komt. En inderdaad: de machine start, en na de eerste paar koffers rolt mijn backpack al naar beneden. Ik sta er natuurlijk met m’n neus bovenop, gris ‘m meteen van de band en haast me naar het treinstation.

Oeps!

Nog ruim op tijd stap ik in de eerste trein, en wanneer ik overstap in de volgende check ik nog even bij twee jonge dames of het de goede trein is. ‘Ken, ken’ (ja, ja) zeggen ze en ik stap in. Maar eenmaal in de trein hoor ik direct door de intercom dat het dus niet de goede trein is! Wat?! Nee! En ik had het nog zo gevraagd! En het is al bijna shabbat! Wat nu?!

Wat?! Nee! En ik had het nog zo gevraagd!

Ka-ching

Direct vraag ik aan de mensen die voor mij zitten of zij weten of deze trein naar het plekje Ofaqim gaat of daar vlak in de buurt. Ze vertellen me dat de dichtstbijzijnde plek Be’er Sheva is, wat dan nog met de auto zo’n half uur rijden is. Dat wordt dus een taxi regelen… Ka-ching! Hallo taxi, dag geld…

Nieuwsgierig

Terwijl ik op zoek ben naar een oplossing hoor ik in de rij achter mij twee jonge kerels een beetje lachen en geinen om mij omdat ik in de verkeerde trein zit. Ze zijn nieuwsgierig en oefenen in het Engels tegen elkaar wat ze mij willen vragen. Op een gegeven moment moet ik zo lachen dat ik mezelf niet langer kan bedwingen. Ik draai me om en vraag of ze mij misschien wat willen vragen. Een tikkeltje geschokt omdat ik het initiatief neem, maar met een grote grijns vragen ze in gebrekkig Engels waar ik vandaan kom en wat ik allemaal ga doen in Israël. En zo begin ik wat te vertellen over waar ik vandaan kom, dat ik werk als vrijwilliger bij Aleh Negev en dat ik daarna nog in Israël wil backpacken.

Facebook

En alsof heel de coupé aan het meeluisteren is worden we ineens onderbroken door een jonge vrouw die een paar stoelen verderop zit. Ze is helemaal enthousiast en vertelt dat ze ook nog bij Aleh Negev heeft gewerkt. Omdat ze mijn hele situatie heeft gehoord heeft ze gelijk met wat mensen gebeld voor een oplossing. Ze is even stil en terwijl ik met de andere mensen in de coupé praat breekt ze opeens weer in het gesprek. Ze vertelt me dat ze via Facebook een oproep heeft gedaan om te vragen wie er allemaal nog voor de shabbat naar de plek Ofaqim gaan. En gelukkig: één vriend heeft gereageerd!

En gelukkig: één vriend heeft gereageerd!

Politie en John de Mol

Dus zo lift ik eerst met haar en haar zus mee. Ik dacht dat ze qua leeftijd niet veel ouder dan mij waren, maar ik zat er behoorlijk naast. Ze waren 32 en 36 en hadden al twee en drie kinderen… Wauw, wat een mooie vrouwen! We rijden wat door Be’er Sheva. Als we stoppen drop ik snel mijn spullen in de volgende auto. Ik kan de vrouwen niet genoeg bedanken voor dit mooie gebaar en dan zwaai ik ze uit. Dan stap ik bij twee heren in de auto, stel mezelf voor, en zie dan opeens aan de logo’s op hun schouders dat het twee politiemannen zijn. Ik moet even lachen van binnen en denk dan ‘ik zit hier in ieder geval veilig’. Tijdens de autorit hebben we het over echte Hollandse- en Israëlische gewoontes, welke plekken ik allemaal wil gaan bezoeken, onze muzieksmaken en zo ook over The Voice of Israël en John de Mol. Wat is de wereld toch klein!

‘Als we toch in de auto zitten’

Ondertussen vertel ik dat ik in Maslul verblijf, een dorpje vlakbij Aleh Negev. De chauffeur zegt dat hij me ook daar wel wil afzetten. ‘Als we nu toch in de auto zitten…’ Eerst stopt de agent achter het stuur in Ofaqim om daar zijn broeder af te zetten. Ze wensen elkaar shabbat shalom en dan rijden we weer door. Maar niet voor lang, want hij stopt langs de weg waar een minikraampje met wat bloemen en aardbeien staat en hij koopt drie bakjes aardbeien voor ruim 30 shekel (ongeveer 7 euro). Hij vertelt dat hij 6 dagen in de week werkt om o.a. deze dure aardbeien te kunnen betalen.

Het leven is hard in Israël, maar wat ik wel heb ontdekt is dat de mensen hier net zijn als cactussen.

Cactussen

Het leven is hard in Israël, maar wat ik wel heb ontdekt is dat de mensen hier net zijn als cactussen – zoals ze zichzelf noemen. Hard van buiten en zacht van binnen. Ze hebben een liefdevol hart en ze helpen je graag. En dat blijkt maar weer als de agent me even later zelfs helemaal afzet voor het hek van het vrijwilligersverblijf. Tjonge, wat was ik hiervan onder de indruk! Mijn hart smelt langzaam weg van al deze lieve mensen hier die me tijdens deze reis hebben geholpen om op shabbat veilig en wel thuis te komen.

Ik bedank ook deze lieve man vriendelijk, we wensen elkaar een shabbat shalom en zwaaien elkaar uit. Wat ben ik dankbaar voor dit onverwachte, maar mooie begin van mijn reis…

Bron: https://christenenvoorisrael.nl/isreality/israelis-zijn-net-cactussen/